Rika Kottier door Anneke Meijer

(van de slagerij aan de Puntkolk)

 

  

 

Was het de 2e Blokweg of de 1e? Ik weet het niet meer. Vanaf de puntkolk was het best een eind fietsen. En eng. Het Zwartegat. Nu bekend vanwege het heelal waar sterren ontstaan of verdwijnen. Dat laten we maar even in het midden. Vroeger vooral bekend vanwege de Gerritsen, de Doggers, enz.

Je denkt dat achter iedere struik één van hen je wel op staat te wachten met de vraag: wo’j een pak op oen donder hem’n? Want dat je die vraag onderweg voorgeschoteld kreeg, dat was bijna zeker.

Het antwoord werd meestal niet afgewacht. Als je geluk had was je net iets sneller dan hij. En anders? De stichting tegen zinloos geweld moest nog uitgevonden worden.

 

Waar ik naar op weg ben? Rika Kottier. Rika woont in het kleinste boerderijtje wat ik ooit gezien heb. Steentjes op de vloer. Een duif in z’n hok tegen de muur. Schommelstoel. Ik meen bijna zeker te weten dat ze geen elektriciteit had. Maar dat klopt niet, want ze luistert op zondag naar de dominee via de draadomroep. Rika zegt dan tegen mij:”nou muj eem stille wee. Rika mut bid’n.” En of ik stil was.

 

Rika was rechtstreeks weggelopen uit een sprookjesboek. Tenminste, zo heb ik haar op m’n netvlies. Kneepjesmuts op. Tig rokken over elkaar. Klompen. En een sik. Die stond buiten.

Met nieuwjaar ging ik altijd naar Rika toe. “Gelukkig neijoar Rika”. En dan kreeg je 2 cent. Van inflatie moest Rika niks hebben. Ze wist niet dat anno 1958  een dubbeltje al de mores  was.

 

Een ding heb ik nooit begrepen. Steevast ieder jaar op mijn verjaardag bracht de bakker een cake. Van Rika. Nooit vergat ze dat. Waarom een cake? Tot op heden is dit voor mij nog steeds een raadsel.

Wat ze ook weleens weggaf waren (stoof)peertjes. Die kwamen bij haar uit de tuin. Roodkokers.

 

Wanneer ik af en toe nog in Vroomshoop kom wandel of fiets ik naar de blokwegen. Op zoek naar het boerderijtje. Het staat er niet meer. Of ik kan het niet meer terugvinden. Het is ook zo lang geleden.