In Vroomshoop gebeurt altijd wat!
Ga maar na: we zijn helemaal van de ratten besnuffeld in de Prinsenkamp. Rattenvanger Bert Braveheart uit Dedemsvaart pakte de bruine ratten bij de kladden. Hij vergeleek de harige monsters met hangjongeren, het zij hem vergeven. Inderdaad: het rattengif werkte goed en de soap kreeg een happy end. Raadslid Albert Engels van Gemeetebelangen ruikt onraad en als een ouwe Blauwe Engel spoort hij dat ook nog op. Die andere raadsleden zijn blijkbaar allen op reces, zoals dat heet. Alleen de train van Engels raast maar voort.
Koning Albert weet van geen wiek’n weet en nagelde zowel Vestion Wonen als de gemeente Twenterand aan de publieke schandpaal. De volksgezondheid van onze vorstelijke kampers was in het spel en gezond waar: Engels had gelijk. Dan moet je niet naar mekaar loer’n of gloep’n, maar de ratten bij de oren pakken. De doem’n kunt omhoog en in de hokken.
Nauwelijks bekomen van de opwinding, diende zich al een volgende ramp aan. Zoals Jan Kassies het treffend opmerkte: de rotsmoes van wethouder Martha van Abbema. Je kunt je daar blauw en geel aan ergeren, dat stelletje kwasten. Eerst een feestje en dan die afknapper dat het budget niet toereikend is. Ammehoela! Belofte maakt schuld, mevrouw de wethouder en beloften niet nakomen is in de politiek een doodzonde en daar niet alleen. Kom over de brug en rond dit af!
Als ik die Smoezen was zou ik m’n handen niet alleen in onschuld wassen. Ook dat geel en blauw eraf en dan oonz puntbruggie gratis een mooie groene kleur geven. Ach, zo ontspoort de zaak alleen maar en die Smoezen hadden het nog zo goed bedoeld. Zonder de vertrekkende pastor Hans Hermens lijken ze het spoor kwijt.
Engels zal er zeker weer een punt van maken en voor ons koninklijke jaar 2009 moet die kleine puntbrug weer in volle glorie herrijzen, Punt uit.
Overigens blijf ik van mening, dat de aanleghaven er ook weer moet komen. Verdraaid, Carthago werd uiteindelijk ook verwoest en de aandeelhouder wint.
Wie van de drie en het oud en zo vertrouwde Postkantoor lijkt een stille dood te sterven. Aan de gerenoveerde Hoofdstraat, waar je via het smalle pad zo het kanaal inkuukelt als je niet oppast, lijkt weer een stuk onvervalste Vroomshopse cultuurhistorie te verdwijnen.
Het huis van m’n college Siebelink valt ook al onder de slopershamer en wie weet volgt nog het station. Waarheen leidt de spoorweg?
Ach, het postkantoor waar met directeur Klein Legtenberg de Uitslag op de vraag “Mag ik een postzegel van een kwartje?” altijd voorspelbaar was. Waar de zo bekende postbodes ’s morgens in alle vrogte sorteerden en de chef op de bovenverdieping woonde.
Die harde bank en dat geduldige wachten. In vakantietijd werkte ik bij de post en toen moest ik enkele pakje faeces naar de edelachtbare heren, de huisartsen Visscher en Zweers aan de Oranjestraat brengen. Ik had een donkerbruin vermoeden wat in die pakjes zat. Stronteigenwijs als ik was, wilde ik de inhoud even controleren. Hoop doet leven.
Maar terug naar dat postkantoor van de PTT, tante Pos, dat altijd zo mooi op de Vroomshoopse prentenbriefkaarten stond. De jongeren kraakten het kantoor en vestigden terecht de aandacht op het schromenlijk gebrek aan huisvesting voor die doelgroep. Vestion Wonen had mooie plannen en schijnt ze nog te hebben: kamers met kansen.
Prima, maar tast dan het postkantoor niet aan! Ik zou er bijna een verlate postnatale depressie van krijgen.
Vroomshopers, aller veengebieden, verenigt u! Wat zou op die lokatie toch een mooi bruin café of restaurant met een terras kunnen komen met daarbij een expositieruimte. Ook kleinkunst kan er terecht en cultureel Vroomshoop kan er bloeien als een roos langs het kanaal. We hebben genoeg van dit slopende bestaan, de kogel moet deze keer niet door de kerk.
Laten we samen eens opbouwend bezig gaan met ons mooie en dierbare Vrooomshoop, ons jubilerende dorp verdient het.
geplaatst: 5 augustus 2008 in ruwe bolster.....
opmerkingen: nog niet