| Wek noemden we de
vruchtenbowl die ons als kind op bijna alle feestjes en verjaardagen werd
voorgezet. Iedereen die een tuin had was 's zomers dagenlang in de weer met
het wecken van aardbeien, kersen, witte en rode aalbessen, zwarte bessen en
kruisbessen. Ook de stoofperen en de sperziebonen die een onmisbaar
onderdeel vormden van het zondagmiddagmaal, ondergingen deze behandeling. Op
houten rekken stonden in de kelders de langer rijen weckflessen met de
oranje weckringen. Boontjes bij boontjes, kersen bij kersen. Op de vloer
stonden grote Keulse potten gevuld met zuurkool en zoute bonen, op de ronde
houten plank die de kool en de bonen afdekte lag een zware zwerfkei.
Koelkasten waren nog een zeldzaamheid. |
| Onze ouders vierden 's
avonds hun verjaardagen, soms mocht je opblijven. Opa's, oma's, ooms, tantes
en buren in een grote kring rond wat tafeltjes gezeten en allemaal praatten
ze tegelijk waarbij zowel het uitzicht als de stemmen in de loop van de
avond gesmoord werden in een steeds dikker wordende mist van rook. Vrijwel
alle mannen rookten in die tijd, vrou-wen begonnen nog maar net de geneugten
van de nicotine te ontdekken. Een vast onderdeel van de mise en place was
het klaarzetten van de wijnglazen gevuld met sigaren (in cellofaan en met
bandje) en sigaretten (met en zonder filter). En het `steek nog eens op' was
zo algemeen dat het niet alleen bij het presenteren van rookwaar werd
gebruikt maar ook bij het aanbieden van koekjes of chocolaatjes. In het
rookgedrag hebben zich wat verschuivingen voorgedaan, maar gepaft wordt er
nog volop. Dr. Meinsma heeft echter wel voor elkaar gekregen dat de glazen
met rokertjes van de feesttafels verdwenen zijn. |